Terug
23 april 2026
Tijdens het blootleggen van het badhuis in 1977 werd een verrassende vondst gedaan: een bronzen bel. Een voorwerp dat je niet zo snel verwacht in een badhuis. Waarvoor diende deze bel en wie luidde hem?
De Romeinen brachten een nieuw fenomeen naar onze regio: badhuizen met warm water. De openbare badhuizen zoals het badhuis van Coriovallum, het huidige Heerlen, bestonden uit verschillende ruimtes, elk met een eigen temperatuur – van koud tot aangenaam warm. De warmte werd slim opgewekt: hete lucht en rookgassen stroomden onder de vloeren en door muren van holle aardewerken blokken, waardoor de vertrekken gelijkmatig werden verwarmd. Deze indirecte warmte zorgde voor een weldadig klimaat.
De warmte voor de vertrekken en het warme water kwam van een houtvuur in de stokersruimte, het zogenoemde praefurnium. Om het warme water naar de baden te leiden bevond zich in de stookruimte een systeem van een loden warmwaterketel, een waterverdeelbak, leidingen en bronzen kranen. Door de verdeelbak hoger te plaatsen dan de plek waar het water werd gebruikt, maakten de Romeinen handig gebruik van de zwaartekracht om het warme water naar het badhuis te laten stromen. Bij de Romeinse villa in het Italiaanse Boscoreale is zo’n warmwatersysteem in zeer goede staat teruggevonden.

Dat is uitzonderlijk, want in het hele Romeinse rijk met zijn duizenden badgebouwen zijn slechts op 16 plekken resten van waterbakken gevonden en 9 van warmwaterketels. Dat er in Heerlen resten zijn gevonden is daarom heel bijzonder. Hieronder zie je de zijplaat van een loden waterverdeelbak.

Hoe geavanceerd het systeem ook was, zonder vuur geen warmte. En zonder stoker geen vuur. Terwijl bezoekers genoten van het badhuis, werkte de stoker buiten het zicht, in de hitte van de stookruimte. Deze man, vaak een tot slaaf gemaakte, stond onderaan de maatschappelijke ladder. Over zijn leven weten we weinig, maar een paar zeldzame afbeeldingen op vloermozaïeken en loden fiches geven ons een indruk: een man met een vuurschep over zijn schouder, meestal naakt en op blote voeten, met een muts op zijn hoofd, geconcentreerd op zijn zware taak.

De stoker had – naast de kenmerkende vuurschep - meer gereedschap: een pook om het vuur op te porren, een bezem om de as weg te vegen, een korte ijzeren staaf waarmee hij de waterkranen open en dicht kon draaien. Vuurscheppen zijn zelden in opgravingen van badhuizen gevonden, maar wel in Romeinse keukens waar ook een vuur werd gestookt. Vier van dit soort scheppen zijn in Limburgse villa’s gevonden. Eén exemplaar lag bij het badhuis van Maastricht. Goed te zien is de ring waarmee de schep kon worden opgehangen en de verhoogde randen bij het blad van de schep, om te voorkomen dat de as eraf viel.

Op sommige afbeeldingen van de stoker, zoals hieronder op een loden fiche, is te zien dat hij niet alleen een vuurschep draagt, maar ook een bel in zijn hand heeft. En dan begrijpen we meteen waarom de bronzen bel van Heerlen bij de deur van de stokersruimte is gevonden en weten we wie waarschijnlijk de bel luidde om aan te kondigen dat het badhuis gereed was voor gebruik.

Zo brengt een bronzen bel ons dichter bij het dagelijkse leven van bijna tweeduizend jaar geleden – en bij de mensen die dat leven mogelijk maakten.
het geluid van deze bronzen bel tot wel 400 meter afstand te horen was? Zo wisten de inwoners van Coriovallum dat het badhuis gereed was voor gebruik.
Het Romeins Museum is gesloten vanwege nieuwbouw tot 2028.
Het Romeins Museum
Coriovallumstraat 9
6411 CA Heerlen
info@hetromeinsmuseum.nl